Zwitserse witte herder


Algemeen voorkomen: Krachtige, goed gespierde, middelgrote hond met een vloeiende belijning.

Schofthoogte: reuen 60 - 66 cm, teven 55 - 61 cm

Gewicht: reuen 30 - 40 kg, teven 25 - 35 kg

Vacht: Middellang, dicht, goed aanliggend stokhaar of lang stokhaar met rijke wollige ondervacht, op het hoofd en aan de voorzijde van de benen korter haar; wit.

Gebruik: Familie- en gebruikshond

Aard: Temperamentvol zonder nervositeit, opmerkzaam en waakzaam, in eerste instantie voorzichtig ten opzichte van onbekende zaken. Vriendelijk naar bekenden, tegenover vreemden gereserveerd, zonder angst of agressie.

Bijzonderheden: Voorlopig erkend door de FCI op 26-11-2002. Dit betekent dat het ras niet in aanmerking komt voor toekenning van het CACIB.


  • Heupdysplasie (ontwikkelingsstoornis heup)